Blogserie dry-run 2025: reflectie op de lange keten

De lange keten: lessen uit de dry-run van 2025

In onze vorige blog hebben we het verschil tussen de korte en de lange keten toegelicht. Waar de korte keten draait om lokaal hergebruik, richt de lange keten zich op hoogwaardige verwaarding van bermmaaisel tot onder meer isolatiematerialen, substraatmatten en plaatmateriaal. Deze keten vraagt om meer afstemming, hogere kwaliteit en nauwe samenwerking tussen aannemers, overheden en technologiepartners. Wie meer wil weten over de verschillen tussen beide routes, kan de eerdere blog over de korte keten teruglezen.

In deze blog blikken we terug op de dry-run van de lange keten in 2025. Een jaar waarin we bewust hebben getest, geleerd en samen belangrijke stappen hebben gezet richting opschaling.


De lange keten in 2025: een noodzakelijke testfase

De ambitie voor dit jaar was helder: 400 ton maaisel van tien aannemer–gemeentecombinaties verwerken tot hoogwaardige toepassingen. Deze dry-run was bedoeld als gezamenlijke leerervaring voor alle betrokken partijen — van uitvoering tot verwerking.

Omdat veel partijen de uitvoeringsagenda pas in het vroege najaar ondertekenden, was de voorbereidingstijd beperkt. Toch hebben we deze ronde benut om inzicht te krijgen in wat er nodig is om de lange keten structureel en schaalbaar te laten werken.

Wat hebben we geleerd?

De praktijk liet zien hoe gevoelig de lange keten is voor kwaliteit, timing en afstemming. Zo bleek dat aanleverspecificaties scherper moeten worden gedefinieerd dan vooraf gedacht. Ook leerden we dat niet elke maaitechniek geschikt is voor hoogwaardige verwerking en dat verschillen in logistiek en timing direct effect hebben op de kwaliteit van het materiaal.

Uiteindelijk werd slechts één levering als ‘uitstekend’ beoordeeld. Dat was minder dan gehoopt, maar precies dit soort inzichten maken duidelijk waar de sleutel ligt voor succes. Deze dry-run heeft daarmee gedaan waarvoor hij bedoeld was: zichtbaar maken wat nodig is om echt te kunnen opschalen.


De belangrijkste lessen

Tijdens gesprekken met aannemers en techniekpartners kwamen vijf centrale lessen naar voren. Deze lessen vormen de basis voor de aanpak van de aankomende maaiselronde.

1. Eerst helderheid over kwaliteit, daarna grote volumes

We sturen eerst monsters van verschillende aannemers naar de verwerkingspartij, om te bepalen welke bermen en omstandigheden geschikt zijn. Ook onderzoeken we de kwaliteit wanneer maaisel wordt aangeleverd als geperste grondstof, bijvoorbeeld via een extruder. Dit moet leiden tot duidelijke leveringsspecificaties.

2. Aannemers nemen de logistiek op zich

Aannemers hebben de expertise om transport en timing te organiseren. Zij stemmen daarom onderling af hoe de logistiek het best kan worden ingericht. “Wij gaan ervan uit dat aannemers beter zijn in logistiek dan dat wij dat zijn,” zoals ook tijdens het Greenhub Café werd benoemd. Daarom worden zij verantwoordelijk voor deze schakel.

3. Eén centrale locatie voor aanvoer

In plaats van dat meerdere aannemers afzonderlijk rijden, verzamelen we vanaf volgend jaar het maaisel op één centrale plek in Zuid-Holland. Vanuit daar wordt er in één georganiseerde stroom geleverd. Dit voorkomt variatie en vergroot de kans op succesvolle verwerking.

4. Vraaggericht werken

Volgend jaar willen we de maaiselronde niet meer doen om het te doen, maar om producten te maken die ook echt in de markt worden afgezet. Daarom zijn we nu al in gesprek met verschillende bouwbedrijven. Op de langere termijn willen we dat biobased materialen meer worden opgenomen in aanbestedingen van lokale overheden.

5. Betere communicatie naar uitvoerders

Het circulair verwerken van maaisel betekent extra werk voor uitvoerders. Daarom organiseren we een bijeenkomst waar zij worden meegenomen in het proces waar zij aan meewerken — zodat zij snappen waaróm bepaalde handelingen nodig zijn.


Vooruitblik: de aankomende maaiselketen

Volgend jaar willen we flink gaan opschalen. De ambitie is om vraaggericht te werk te gaan en hopelijk nog meer in de lange keten te verwerken. Dit doen we in samenwerking met meerdere technologiepartners die hoogwaardige verwaarding mogelijk maken.

Een belangrijke stap is dat we willen gaan werken met een extruder, waardoor we geen maaisel maar een geperste grondstof leveren. We verwachten dat dit veel verschil gaat maken in de kwaliteit en de voorspelbaarheid van de aanvoer. Daarmee wordt de keten minder kwetsbaar voor variatie in vocht, structuur of maaitechniek.

Het grootste deel van de aanvoer zal worden verzorgd door een kerngroep van vier aannemers, zodat de logistiek overzichtelijk blijft. De overige aannemers krijgen alsnog voldoende ruimte om op grotere schaal proef te draaien en ervaring op te doen binnen de lange keten.

Momenteel zijn we in gesprek met verschillende marktpartijen om de afname te verzekeren — maar dat kunnen we niet alleen.

Daarom doen we bij deze een oproep:
Kunnen we rekenen op jullie inzet om in gesprek te gaan met bijvoorbeeld woningcorporaties en andere afnemers, zodat de markt voor biobased producten blijft groeien?

De dry-run van 2025 was geen eindpunt, maar een noodzakelijke tussenstap. Met gedeelde ambities, duidelijke afspraken en groeiend vertrouwen bouwen we verder aan een lange keten die schaalbaar, betrouwbaar en aantrekkelijk is voor iedereen die wil meedoen.


Meeting met de aannemers

Een van de belangrijkste lessen van dit jaar is dat de logistieke planning anders moet worden georganiseerd. Aannemers hebben de beste voorwaarden om dit goed te doen. Daarom organiseren we binnenkort een bijeenkomst waarbij aannemers met elkaar afstemmen hoe de jaarplanning eruit moet zien en hoe de centrale aanvoerlocatie kan worden ingericht. Zien we je daar?


< Terug naar alle nieuwsberichten